[home] [LovLab] [UurU] [Nachtwandelingen] [Poëzieguerrilla] [Schoolprojecten] [Vriendenkamer] [info]
homepage Theater van de Verloren Tijd homepage Theater van de Verloren Tijd
[HypolietTerwater] [Liefdesgedicht] [KorsakovQuintet] [Pimpelmees] [Duinpan-Przewalskipaarden]

video Martijn de Boer, opgenomen tijdens de Kunstenaarssalon van het Cultuurveld Tilburg op 24 september 2008
uitvoering 'Het Korsakov Quintet'
van de dichter Hypoliet Terwater
v.l.n.r. Sjon Brands, Hans Sparla, Dorith van der Lee
Cultuurveld Tilburg, 24 september 2008
foto © Rembant Bümdoser

    Het Korsakov Quintet

(I)

   ‘Goedenavond vader’

 Vaardig bevazen vlijtige vingers
 de vlindergele narcissen op tafel
 gulzig gaat een noeste wervelwind
 over onverstoorbaar eikenhout

   ‘Het is voorjaar vader’

 Het bed wordt aangedaan de lakens
 vinnig dichtgeslagen het kussen in
 vorm geschud en hortend braakt het
 koffiezetapparaat adem na adem uit

   ‘Verse koffie vaderlief?’

 Zij zingt en danst door de kamer en
 scheurt de omberbruine gordijnen open
 de zon schijnt in verbaasde ruiten en
 buiten buiten gaat een meisje voorbij

 

 

(II)

    Vader zwijgt

 Het gevaarte heeft zich verschanst in
 zijn vetleren rookstoel zijn lekkende
 troon zijn laatste bastion en spuugt
 gestaag onweerswolken de kamer in

 Gehesen in zijn morsige krijtbroek
 baal van gedane driften overziet
 het heerschap zijn tanend koninkrijk
 en dwingt een schrijnende stilte af

   ‘Weet je nog de vogels dochter?’

    Hij weet haar naam niet meer

 

 

(III)

    Zij zingt

 Haar montere stem de verlegen lach
 in lood gevat haar halfgeloken ogen
 van eenzaamheid doortrokken dijen
 overtogen met eeuwig gesteven katoen

 Eens was ze zonder zijn zegen gezoend
 achter de ajuinenkerk door de jongen
 die graven dolf zijn zanderige hand
 in haar versteende lichaam wrocht

   ‘Wilt U gaan slapen vader?’

    Zijn naam heeft ze niet gekend

 


© Hypoliet Terwater 2008 / www.hypolietterwater.be

 

(IV) 

 Zijn hoofd is een roestig landschap 
 een verregend plein zonder huizen 
 dode sporen in zwijgende kasseien 
 loze gaslantarens loze gotelingen 
 leegte leegte en gorgonisch groen 

 Haar hemel is zwart van donder uit 
 een verzwolgen jeugd de vogels zijn 
 gevlogen de vlinders aangevroten 
 verdwenen de kinderen in het park 

 Verlaten straten banen zich door 
 groene heuvels overwoekerd puin 
 verkoold hout en verwrongen staal 

 Alleen de donderdagavonden zijn 
 gebleven omlaagdenderende blinden 
 daar begon het altijd mee en dan de 
 stilte in huis - pauken in aanslag 

 Dichtgeslibde rails lopen zich vast 
 in tongloze wissels of in niets - zelfs 
 zonder sporen zijn de trams te horen 

 Handen noch dekens boden haar 
 dekking tegen de klaroenen van de 
 Leichte Kavallerie van von Suppé 
 de oorlog die olijk in huis woedde 

 In grote gietijzeren putdeksels staan 
 in statige regalen de geboden van 
 de goden gegoten ‘Gij zult doden!’ 

 

 (V)

 Zevenhonderd zwartbasalten zetels 
 bezijden de oude steenweg bergen 
 rijen in wit marmer bevroren oude 
 mannen die met wijdopen ogen de 
 diepdonkerblauwe nacht in staren 

 Op zolder aan haar bed geklonken 
 las zij de scheuren in het gips en 
 luisterde gespannen naar de geluiden 
 die volgden op de veldslag beneden 

 De grijsaards wachten op de nacht 
 dat hun godin voorbij zal gaan met 
 bleke huid en heimwee op de lippen 

 Gordijnen het onrustige gestommel 
 in de huiskamer de potloden op tafel 
 de klok de kast de wijn in het glas 
 het huilen van de man in de nacht 

 Dan fietst het meisje het landschap 
 binnen onverwacht en ongenodigd 
 ze zwaait ze lacht en het ontdooit 

 Krakende treden de plank op de 
 overloop de zware adem aan de deur 
 log de schoot die in het slot schoof 
 haar deur die in haar knieren kreet 

 Grijze schrijfmachines slaan hun 
 relaas van weging in het watermerk 
 van de goden ‘Gij zult begeren!’


[home]>[HypolietTerwater]>[KorsakovQuintet]

[donderdag 29 oktober 2009]