[home] [UurU] [Poëzieguerrilla] [BlauweAchterkamer] [LovLab] [Nachtwandelingen] [Schoolprojecten] [Vriendenkamer] [info]
homepage Theater van de Verloren Tijd homepage Theater van de Verloren Tijd
[HypolietTerwater] [Liefdesgedicht] [KorsakovQuintet] [Pimpelmees] [Duinpan-Przewalskipaarden]

repetitie van 'Duinpan' en 'Przewalskipaarden' door Sjon Brands en Dorith Vanderlee (Theater van de Verloren Tijd) en Hans Sparla (trombone) op Kunstenaarssalon XIII van het Cultuurveld Tilburg, 21 januari 2008 (foto Rembant Bümdoser, video Martijn de Boer)

 
Duinpan

 Mijn hand is een vreemdeling
 dolend in de donzen rijkdom
 van haar deinend landschap
 mijn vingers lopen langzaam
 langs geurende heidevelden
 zelf ben ik allang verdwenen

‘Heb je mijn fiets op slot gezet?’
 roept ze ergens ver van boven

 Haar lichaam buigt voorover
 ik staar in een bleke duinpan

 boe gloep – boe gloep
 hoor de eenzame roep
 van hazen en konijnen

 boe gloep – boe gloep
 zie lijdzaam vlinders
 en vogels verdwijnen

 boe gloep – boe gloep
 zie zwijgzaam vissen
 adem na adem halen

 boe gloep – boe gloep

 Buiten hoor ik een misthoorn
 de laatste veerboot komt aan

 boe gloep – boe gloep

‘Mijn liefje hou je nog van mij?’
 vraagt ze ergens ver van voren

 boe gloep – boe gloep

 
Przewalskipaarden

 Onder de donkere rhodondendrons
 hervond ik mezelf weg van het feest
 de lampions het palaver over niets
 alleen in het licht van de vale maan

 En opeens stond ze voor me in haar
 scharlakenrode duffelse jas en vlijde
 zich zonder aarzelen tegen mij aan
 samen in het licht van de vale maan

 Ben ik dit of ben ik dit niet?

‘Wat een mooie nacht’ zei ik

‘Marlène’ zei ze ‘aangenaam’

 Mijn knieën knikten en mijn lijf
 schudde als een sorteermachine

 Ach nachtegalen
 en eenzame uilen
 haal adem tussen
 zingen en huilen

-/-

 Ik staarde in twee gitzwarte ogen
 en verdween in een peilloze diepte

 Vaag ontwaarde ik traagdravende
 phtaloblauwe Przewalskipaarden
 aan een onheilspellende hemel van
 plastic phosphoriserende sterren

 En een verdwaalde venusheuvel
 in geduldig pruttelende modder

 Of was het - aardappelpuree?

‘Zullen we gaan zoenen?’ zei ik

‘Nee’ zei ze ‘eerst ollekebolleke’

 Ze praat als een raswififiel die
 in het café met zijn muis speelt

 Rabarber de barber
 beent door de bocht
 gerommel de trommel
 staat op de tocht

-/-

 Twee zoenklare kraplakrode lippen
 leken haar gelaat te verlaten klaar
 om plotsklaps aan te vallen dicht te
 klappen als een venusvliegenvanger

 Langzaam werd ik opgezogen traag
 verteerd en even willoos afgezonken

 Lippen lippen lippen
 tien pond rond tien
 pond rood tien pond
 water aan de mond

 Waar - waar was ik gebleven?

‘Wat ben je toch mooi’ zei ik

‘Waar denk je aan?’ vroeg ze

 Hier stond ‘Deze vraag is dodelijk’
 mijn hand viel verlamd in het gras

-/-

 Mijn gedachten zaten bij de tweelingenparadox
 Mersennepriemgetallen en Goejanverwellesluis
 vrolijk togen ze van het Antikytheramechanisme
 naar de Rasumovskykwartetten van Beethoven

 èn - de poëzie in haar broekje

‘Waar denk je aan?’ vroeg ze

‘Oef’ zei ik ‘aan - paarden en
 aardappelpuree - èn aan jou!’

 Dromenkadaver
 armzalig palaver
 tocht in het rond
 hou toch je mond

 Ze lachte en keek me vertederd aan
 maar in het morion van haar ogen
 was de magische glans verdwenen
 en ik ik kon de poëzie wel vergeten


[home]>[HypolietTerwater]>[duinpan-przewalskipaarden]

laatst bijgewerkt op: [vrijdag 23 september 2011]