[home] [LovLab] [UurU] [Nachtwandelingen] [Poëzieguerrilla] [Schoolprojecten] [Vriendenkamer] [info]
homepage Theater van de Verloren Tijd
[Liefdealsveelvoudvanvergissingen] [inleiding] [Lente] [Liefdesgedicht] [Bierviltje] [BeetjeBelgië] [Musique]

taal- en muzieklandschap
Theater van de Verloren Tijd en Hans Sparla
gedichten van Hypoliet Terwater
10 februari 2009 in de Hasseltse Kapel te Tilburg
'liefde als een veelvoud van vergissingen'

 Een bijzondere ontmoeting tussen muziek en poëzie in de sfeervolle Hasseltse Kapel op dinsdagavond 10 februari 2009. Het ‘Theater van de Verloren Tijd’ (poëzieprojecten) en Hans Sparla (trombone / accordeon) gaan aan de slag met gedichten van Hypoliet Terwater (pseudoniem van Sjon Brands). Het is een avond over de ‘liefde als een veelvoud van vergissingen’, waarin al improviserend muziek en poëzie op elkaar inwerken als twee zelfstandige grootheden. Alleen de teksten van de gedichten liggen vooraf vast. Voorop staat de sfeer van het geheel, een klanklandschap waarin taal en muziek elkaar wederkerig aanvullen. Of zoals de Franse dichter Verlaine over poëzie schreef: ‘De la musique avant toute chose.’

 De avond begint om 20.15 uur. Het eerste gedeelte van de avond is een interactief spel, waarbij u wordt uitgenodigd woorden aan te dragen die het ‘Theater van de Verloren Tijd’ beantwoordt met daarbij passende gedichten. Van klassiekers tot light-verse, van kort en puntig tot grotesk en gedragen, van Gorter tot Claus. In het tweede gedeelte verzorgen Hans Sparla en het ‘Theater van de Verloren Tijd’ het klanklandschap over de ‘liefde als een veelvoud van vergissingen’¹.

 Concert: 10 februari 2009 aanvang 20.15 uur Hasseltse Kapel (kapel open om 19.45 uur). Prijs 10 euro.
Aanmelden: per email Hasseltsekapelcultuurprogramma@xs4all.nl of 013-5352315

 Het 'Theater van de Verloren Tijd' is het theatergezelschap uit het Tilburg dat zich volledig heeft toegelegd op de vertolking van Nederlandse en Vlaamse poëzie vanaf 1880 tot heden. Sjon Brands en Dorith van der Lee kennen ieder ruim 500 gedichten uit het hoofd en kunnen elk ogenblik op elke plaats een programma samenstellen over ieder onderwerp dat wordt aangereikt.
 Het ‘Theater van de Verloren Tijd’ brengt gedichten tot leven. De voorstellingen zijn speels, ongedwongen en interactief. Zij spelen in theaters, op theaterfestivals, literaire en kunst-manifestaties in Nederland en België en op tal van bijzondere locaties waar ons prachtige culturele erfgoed op eigen wijze tot zijn recht komt.

 Hans Sparla. Ondanks zijn klassieke studie trombone die hij aan het Brabants Conservatorium afrondde ontwikkelde Sparla’s interesse zich in belangrijke mate richting jazzmuziek. In de jazzscène heeft hij een aardige staat van dienst opgebouwd. Hij speelde met toporkesten op podia en festivals in binnen en buiten-land. Naast de trombone bespeelt Sparla accordeon en de laatste jaren krijgt dat een steeds belangrijkere rol in zijn werkzaamheden.
 Op trombone is Hans Sparla actief in o.a. de ‘Big Bang’ een bigband o.l.v. Laetitia van Krieken en ‘F3’ het filharmonisch blazers ensemble uit Tilburg. Op accordeon in ‘Trio Nuevo’ o.l.v. Dick de Graaf, waar tango’s en milonga’s van Astor Piazzolla de jazz ontmoeten. In andere groepen en in samenwerking met het Theater van de Verloren Tijd gebruikt hij beide instrumenten.

 De Hasseltse Kapel is met haar 500 jaar Tilburgs oudste monument. Ze staat dicht bij de Hasselt rotonde, vlak achter hotel Postelse Hoeve. Sinds de restauratie in 1972 komen er niet alleen gelovigen bidden en steun zoeken bij Maria, maar is de kapel ook in gebruik voor kleinschalige culturele evenementen. In dat kader past de concertserie, evenals de Vriendenkring Hasseltse Kapel.

aanmelden: per email Hasseltsekapelcultuurprogramma@xs4all.nl of 013-5352315
inlichtingen: Theater van de Verloren Tijd / 013 5358041 / www.theatervandeverlorentijd.nl
gedichten: Sjon Brands (www.sjonbrands.nl) / Hypoliet Terwater (www.hypolietterwater.be)

Programma 'Liefde als een veelvoud van vergissingen'

Slender Billy
Goedenacht eenzaamheid *
Grafschrift
Het Korsakov Quintet (1/2/3/4/5) *
Vakantie
De pimpelmees *
Vlootschouw *

Duinpan *
Bariumkopersilicaat
Liefdesgedicht *
Laarsjes
Przewalskipaarden (1/2/3/4) *
Speelgoed *

Slender Billy²

De vorst verloor zijn edel vocht
in zijn dienaren en dienaressen
in jongens en een grootvorstin
in zijn dertienjarige maîtresse
en nog tig wichten in dit dorp

Wij zijn al blij dat hij zonder
zijn paard op het plein staat

 

Goedenacht eenzaamheid

Goedenacht eenzaamheid kom binnen
ga zitten hoor de donkerblauwe stilte
neem een glas wijn en zwijg de regen
sijpelt traagzaam over zwarte ramen

Laten we gaan slapen luisteren naar
iedere adem die ons lichaam verlaat
raak me aan zoen me en ga de regen
sijpelt traagzaam over zwarte ramen

 

Grafschrift

Hij kwam hij zag en stierf
aan hippopotomonstrosesquippedaliophobie
op het verlaten station van
Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwll-
           llantysiliogogogoch

 

Het Korsakov Quintet

-I-

‘Goedenavond vader’

Vaardig bevazen vlijtige vingers
de vlindergele narcissen op tafel
gulzig gaat een noeste wervelwind
over onverstoorbaar eikenhout

‘Het is voorjaar vader’

Het bed wordt aangedaan de lakens
vinnig dichtgeslagen het kussen in
vorm geschud en hortend braakt het
koffiezetapparaat adem na adem uit

‘Verse koffie vaderlief?’

Zij zingt en danst door de kamer en
scheurt de omberbruine gordijnen open
de zon schijnt in verbaasde ruiten en
buiten buiten gaat een meisje voorbij

-II-

Vader zwijgt

Het gevaarte heeft zich verschanst in
zijn vetleren rookstoel zijn lekkende
troon zijn laatste bastion en spuugt
gestaag onweerswolken de kamer in

Gehesen in zijn morsige krijtbroek
baal van gedane driften overziet
het heerschap zijn tanend koninkrijk
en dwingt een schrijnende stilte af

‘Weet je nog de vogels dochter?’

Hij weet haar naam niet meer

-III-

Zij zingt

Haar montere stem de verlegen lach
in lood gevat haar halfgeloken ogen
van eenzaamheid doortrokken dijen
overtogen met eeuwig gesteven katoen

Eens was ze zonder zijn zegen gezoend
achter de ajuinenkerk door de jongen
die graven dolf zijn zanderige hand
in haar versteende lichaam wrocht

‘Wilt U gaan slapen vader?’

Zijn naam heeft ze niet gekend

-IV-

Zijn hoofd is een roestig landschap
een verregend plein zonder huizen
dode sporen in zwijgende kasseien
loze gaslantarens loze gotelingen
leegte leegte en gorgonisch groen

Haar hemel is zwart van donder uit
een verzwolgen jeugd de vogels zijn
gevlogen de vlinders aangevroten
verdwenen de kinderen in het park

Verlaten straten banen zich door
groene heuvels overwoekerd puin
verkoold hout en verwrongen staal

Alleen de donderdagavonden zijn
gebleven omlaagdenderende blinden
daar begon het altijd mee en dan de
stilte in huis - pauken in aanslag

Dichtgeslibde rails lopen zich vast
in tongloze wissels of in niets - zelfs
zonder sporen zijn de trams te horen

Handen noch dekens boden haar
dekking tegen de klaroenen van de
Leichte Kavallerie van von Suppé
de oorlog die olijk in huis woedde

In grote gietijzeren putdeksels staan
in statige regalen de geboden van
de goden gegoten ‘Gij zult doden!’

-V-

Zevenhonderd zwartbasalten zetels
bezijden de oude steenweg bergen
rijen in wit marmer bevroren oude
mannen die met wijdopen ogen de
diepdonkerblauwe nacht in staren

Op zolder aan haar bed geklonken
las zij de scheuren in het gips en
luisterde gespannen naar de geluiden
die volgden op de veldslag beneden

De grijsaards wachten op de nacht
dat hun godin voorbij zal gaan met
bleke huid en heimwee op de lippen

Gordijnen het onrustige gestommel
in de huiskamer de potloden op tafel
de klok de kast de wijn in het glas
het huilen van de man in de nacht

Dan fietst het meisje het landschap
binnen onverwacht en ongenodigd
ze zwaait ze lacht en het ontdooit

Krakende treden de plank op de
overloop de zware adem aan de deur
log de schoot die in het slot schoof
haar deur die in haar knieren kreet

Grijze schrijfmachines slaan hun
relaas van weging in het watermerk
van de goden ‘Gij zult begeren!’

 

Vakantie

Wanneer de oudste dochter van
je beste vriend in jouw tentje
aan het sjorren is terwijl jij
van schaapjes droomt dan kun
je de vakantie wel vergeten

Dan heb je een probleem
dan mag je water praten
of spagaten maken maar
elk volgend woord wordt
er minder door gehoord

 

De pimpelmees

De pimpelmees hij baggert dronken
dronken van verdriet en brandewijn
door het trage donker van de nacht

Het regent hij is zijn lief zijn zomerzon
zijn winterslaap zijn ankerlijn verloren

Hij omhelst het oude molenpaard een
eenzame straatlantaarn en een leren
motormuis die nors zijn motor koost

Pardon mevrouw hoe moet ik het u
nu zeggen het valt niet uit te leggen

Het goot hij was ‘n beetje vreemdgegaan
wat gevogeld met het buurmeesje dat in
vervlogen dagen naar bitterkoekjes rook

Hij zoent het paartje op de brug de
tranen aan de hazelaar en de danspoes
die op hoge poten door het park gaat

Pardon mevrouw als ik u niet ontrief
wat bent u mooi vannacht ik heb u lief

 

Vlootschouw

Acht deernen trachten achter elkaar
acht bakfietsen echt banketbakkersijs
tegen windkracht acht de havendijk

omhoog te werken naar vijftigduizend
zich gezamenlijk aan twintig grijze
schepen in lijn vergapende dieren en

twee eenzame koeien op een rij dromen
vierhonderd jaar aan elkaar over een
land dat vooral groots is in vers gras

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


© Hypoliet Terwater

Duinpan

Mijn hand is een vreemdeling
dolend in de donzen rijkdom
van haar deinend landschap
mijn vingers lopen langzaam
langs geurende heidevelden
zelf ben ik allang verdwenen

‘Heb je mijn fiets op slot gezet?’
roept ze ergens ver van boven

Haar lichaam buigt voorover
ik staar in een bleke duinpan

boe gloep – boe gloep
hoor de eenzame roep
van hazen en konijnen

boe gloep – boe gloep
zie lijdzaam vlinders
en vogels verdwijnen

boe gloep – boe gloep
zie zwijgzaam vissen
adem na adem halen

boe gloep – boe gloep

Buiten hoor ik een misthoorn
de laatste veerboot komt aan

boe gloep – boe gloep

‘Mijn liefje hou je nog van mij?’
vraagt ze ergens ver van voren

boe gloep – boe gloep

 

Bariumkopersilicaat

Twee bariumkopersilicaatblauwe ogen
en lichtgespannen karmijnrode lippen
laten een allesverterende glimlach los
tere vingers strelen een glas dat wacht

Het is een vrouw het hoort beschaafd
mijn opgeblazen gebazel aan en stelt
weloverwogen soms geestige vragen
het zegt niet te veel en niet te weinig

Zij is vrij ze blaakt van zelfvertrouwen
en heeft alles waar ik alleen van droom
een baan een huis een ranke sportwagen
een gaaf gebit en een goddelijk lichaam

Ik ga naar de bar en neem nog een biertje
volmaakte vrouwen zijn dodelijk vervelend

 

Liefdesgedicht

Je bent als dauw op lover lommer
onder beuken de logge dook over
heide dampend bed de doom van
bodemloos verblijen

Als lammeren langs de dromer
paarden in het waardland laagtij
aan de gorzen strandlopertjes en
opgaan in de golven

Licht dat speelt in stras kobalt
in glas ivoren lavoren biggels
in de beek en regenbogen over
fluisterend arduin

Als het gerucht van wieken kikkers
aan het water zussen in de tram en
klagend staal het kwinkeleren van
de vogels bij dageraad

Een kleinodiënkistje met elke dag
een nieuwe lach mijn baken in de
nacht de zomerzoele deining in
het vedermossen hemelbed

Als de groengeladen lucht de zon
door het gespleten zwerk een botter
aan de kim de forse droppen van
een malse lenteregen

Maar ook bijten in radijs bloedrode
vleeskersen zelfgebakken appeltaart
lodderein zweet de zwangere geur
van dophei in de bloei

Of een stapel lege kratjes een iPod
in de plas Venus van albast een lade
vol met melkdoppen kroonkurken
builsluiters elastiekjes

 

Laarsjes

Als je onverwacht wakker
wordt in het lichaam van
het overbovenbuurmeisje
in een vreemd bed met een

vreemde man die je kust
waar je nooit bent gekust
dan ga je je wat afvragen

Wat zal ik aan gaan doen
bijvoorbeeld waar staan
mijn laarsjes of waarom
was het vannacht zo laat?

Als tot overmaat van ramp
de overbenedenbuurman
van wie je weet dat hij weet

wat jij weet aan de deur
staat en ook nog weet waar
jouw laarsjes staan dan
zet dat je aan het denken

 

Przewalskipaarden

-I-

Onder de donkere rhodondendrons
hervond ik mezelf weg van het feest
de lampions het palaver over niets
alleen in het licht van de vale maan

En opeens stond ze voor me in haar
scharlakenrode duffelse jas en vlijde
zich zonder aarzelen tegen mij aan
samen in het licht van de vale maan

Ben ik dit of ben ik dit niet?

‘Wat een mooie nacht’ zei ik

‘Marlène’ zei ze ‘aangenaam’

Mijn knieën knikten en mijn lijf
schudde als een sorteermachine

Ach nachtegalen
en eenzame uilen
haal adem tussen
zingen en huilen

-II-

Ik staarde in twee gitzwarte ogen
en verdween in een peilloze diepte

Vaag ontwaarde ik traagdravende
phtaloblauwe Przewalskipaarden
aan een onheilspellende hemel van
plastic phosphoriserende sterren

En een verdwaalde venusheuvel
in geduldig pruttelende modder

Of was het – aardappelpuree?

‘Zullen we gaan zoenen?’ zei ik

‘Nee’ zei ze ‘eerst ollekebolleke’

Ze praat als een raswififiel die
in het café met zijn muis speelt

Rabarber de barber
beent door de bocht
gerommel de trommel
staat op de tocht

-III-

Twee zoenklare kraplakrode lippen
leken haar gelaat te verlaten klaar
om plotsklaps aan te vallen dicht te
klappen als een venusvliegenvanger

Langzaam werd ik opgezogen traag
verteerd en even willoos afgezonken

Lippen lippen lippen
tien pond rond tien
pond rood tien pond
water aan de mond

Waar – waar was ik gebleven?

‘Wat ben je toch mooi’ zei ik

‘Waar denk je aan?’ vroeg ze

Hier stond ‘Deze vraag is dodelijk’
mijn hand viel verlamd in het gras

-IV-

Mijn gedachten zaten bij de tweelingenparadox
Mersennepriemgetallen en Goejanverwellesluis
vrolijk togen ze van het Antikytheramechanisme
naar de Rasumovskykwartetten van Beethoven

èn – de poëzie in haar broekje

‘Waar denk je aan?’ vroeg ze

‘Oef’ zei ik ‘aan – paarden en
aardappelpuree – èn aan jou!’

Dromenkadaver
armzalig palaver
tocht in het rond
hou toch je mond

Ze lachte en keek me vertederd aan
maar in het morion van haar ogen
was de magische glans verdwenen
en ik ik kon de poëzie wel vergeten

 

Speelgoed

Zij schrobt haar speelgoed
over zijn verweerd gezicht
hij snakt vergeefs naar adem
vraagt zich af waar hij is

Hij ligt verslagen onder
een schier eindeloze trein
de mensheid raast voorbij

tadìng tadìng tadìng

honderdtwee containers
dood geluk verdwijnen
spoorloos in de nacht

tadìng tadìng tadìng

Brabants Dagblad, zaterdag 7 februari 2009

Hypoliet Terwater kruipt uit zijn schulp

Nieuw programma van Theater van de Verloren Tijd in Hasseltse kapel

door Joost Goutziers

 TILBURG - De Vlaamse dichter Hypoliet Terwater (1958) lijkt op het eerste oog een nog niet ontdekte grootheid. Zijn onvoorstelbaar merkwaardige levensverhaal onthult dat deze zoon van een werktuig-bouwkundige en balletdanseres de drijvende kracht was van een punkband, fel actie voerde tegen De Saaiheid en afwisselend in Tilburg, Amsterdam, Barcelona en Smeerebbe-Vloerzegem woonde. Van Terwater zijn twee bundels uitgekomen, maar, zo verkondigt de mythe, die heeft hij eigenhandig verbrand. 'Daar zit niemand op te wachten', zou hij hebben gezegd.

 Sjon Brands en Dorith van der Lee van het Tilburgse Theater van de Verloren Tijd zijn gespecialiseerd in gedichten van Nederlandse en Vlaamse auteurs en dragen in hun theatrale poëzieprogramma's ook werk van Terwater voor. Dat blijkt uit de aankondiging voor hun nieuwe programma met als thema 'Liefde als veelvoud van vergissingen'. Dat programma waar poëzie en muziek samenkomen is dinsdagavond te zien in de Hasseltse kapel in Tilburg.

 Tot zover wat Theater van de Verloren Tijd ons wil doen geloven. In werkelijkheid is Hypoliet Terwater het pseudoniem van acteur Sjon Brands. Daarom gevraagd geeft hij het ruiterlijk toe. "Ik schrijf zo'n drie jaar gedichten, maar alles uit het eerste jaar heb ik weggegooid. Hypoliet Terwater is voor mij een vorm van zelfbescherming. Ik hou niet van de persoonlijkheidscultus waarin dichters soms vervallen, het gaat mij om de teksten. Met een pseudoniem voel ik me vrijer. Maar ik doe er niet geheim-zinnig over. Tijdens een optreden vertel ik het publiek hoe het zit."

 In wezen is Hypoliet Terwater meer dan een pseudoniem. Het is een persiflage, een verzonnen personage met een waanzinnig levensverhaal, iemand die met zijn geliefde op de grens van Nederland en Vlaanderen in een oude Mercedes 406 zou hebben geleefd en zich hevig verzet tegen de publicatie van zijn werk. "Ik maak theater", zegt Sjon Brands, "en dan creëer je nieuwe personages, maar langzaam is het dichten serieuzer geworden. Ik wil de persoon Hypoliet Terwater verder ontwikkelen."

 In de Hasseltse kapel brengt Theater van de Verloren Tijd dinsdag twaalf gedichten van Terwater ten gehore. Dat doen de twee theatermakers, die inmiddels honderden gedichten van grote Nederlandse en Vlaamse dichters uit het hoofd kunnen opdragen, samen met muzikant Hans Sparla.  Brands en Van der Lee gingen met meer muzikanten een experiment aan, maar met trombonist en accordeonist Sparla klikte het meteen.  Brands: "Hij kan ons met zijn muziek ruimte geven, de diepte in duiken, maar hij weet ook dat een gedicht gediend is bij stilte. We hebben afspraken gemaakt over de structuur, maar we anticiperen tijdens de voorstelling wel op elkaar." De gedichten van Terwater zijn na de pauze te horen. In het eerste deel van het programma tonen Van der Lee en Brands hun vertrouwde werkwijze. Het publiek roept een woord of thema en de acteurs brengen vervolgens een toepasselijk gedicht.

 Theater van de Verloren Tijd met Hans Sparla. Te zien: dinsdag 20 uur in de Hasseltse kapel, Hasseltplein in Tilburg.  Voor gedichten Hypoliet Terwater zie: www.brabantsdagblad.nl/kunst

foto Rembrant Bümdoser / ¹ = = naar † Eddy van Vliet 'Verliefd'
/ ² = zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_II_der_Nederlanden

[home]>[liefdealsveelvoudvanvergissingen]>[musique]

laatst bijgewerkt op: [dinsdag 7 september 2010]