[home] [UurU] [Poëzieguerrilla] [BlauweAchterkamer] [LovLab] [Nachtwandelingen] [Schoolprojecten] [Vriendenkamer] [info]
homepage Theater van de Verloren Tijd
[Liefdealsveelvoudvanvergissingen] [inleiding] [Lente] [Liefdesgedicht] [Bierviltje] [BeetjeBelgië] [Paradox]
Theater van de Verloren Tijd & Hans Sparla
tijdens de poëzie&muziekmanifestatie ‘Medeklinkers
Paradox Tilburg zondag 12 september 2010 20.15 uur

 Beste poëzie&muziekliefhebber,

 Aanstaande zondagavond gaan wij, ‘Theater van de Verloren Tijd’ en Hans Sparla (trombone/accordeon), aan de slag met gedichten van Sjon Brands tijdens de poëzie&muziekmanifestatie ‘Medeklinkers’ in Paradox. Wij spelen een deel uit ons programma‘Liefde als een veelvoud van vergissingen’, waarin al improviserend muziek en poëzie op elkaar inwerken als twee zelfstandige grootheden. Alleen de teksten liggen vooraf vast. Voorop staat de sfeer van het geheel, een klanklandschap waarin taal en muziek elkaar wederkerig aanvullen.

 De avonden beginnen om 20.15 uur. Zondagavond spelen ook Nick J. Swarth &‘Betonfraction’ (Frank Crijns & Maartje Simons), Yvonne Né & Sabien Canton, Hans d'Olivat & Henk Koekoek & Hans van den Boogaart, Sandra Coelers en danst Ulrike Dosmann op onnavolgbare wijze gedichten. Zaterdagavond treden Jasper Mikkers, ACG Vianen, Herman Coenen, Patrick Lijdsman en Nathalie Matteau op.

Lente

ffffft – ffffft – ffffft – ffffft

Op fluwelen zolen komt zij aan
als onontgonnen ochtendlicht
een zuchtje wind onder deuren
golvend tule dansend tarlatan

Zwijgzaam laat zij zich liggen
als lome morgendauw over het
in slaap verzonken landschap
de zwarte roodstaart ontwaakt

díwi diwi diwi diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi

‘Blijf zo maar liggen
lieverd’ zeg ik zacht

Zij is het nakende onbedegen nog
niet bedongen onversneden leven

díwi diwi diwi diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi

Zij is de blinde bij het bokkende
kalf in de wei de bottende boom

díwi diwi diwi diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi

Zij is de hemel bezwangerd met
stuifmeelpollen populierenpluis

díwi diwi diwi diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi

Zij is het stormig wassende dons
de van zaad berstende jongeling

díwi diwi diwi diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi
díwi diwi diwi diwi díwi

Ze is de zwellende loot het prille
groen de eerste aarzelende zoen

Als een onweer in de verte
slaat de rammelaar de balts
op zijn bonte oorlogstrom
de specht zijn roffels wijl

de rode mieren moorden
eenden elkaar snaterend
verkrachten en kinderen
stil en eenzaam springen

díwi diwi diwi diwi díwi

De smaragdgroene rug
de bloedrode buik weer
de dodelijke dans in het
overdadige verenschild

díwi diwi diwi diwi díwi

Maar ook haar koele tederheid
die mij ontbloot het glazen oog
dat mij ontleedt de zachte hand
van een godin die mij ontvouwt

‘Blijf zo maar liggen
lieverd’ zegt ze zacht

Liefdesgedicht

Je bent als dauw op lover lommer
onder beuken de logge dook over
heide dampend bed de doom van
bodemloos verblijen

Als lammeren langs de dromer
paarden in het waardland laagtij
aan de gorzen strandlopertjes en
opgaan in de golven

Licht dat speelt in stras kobalt
in glas ivoren lavoren biggels
in de beek en regenbogen over
fluisterend arduin

Als het gerucht van wieken kikkers
aan het water zussen in de tram en
klagend staal het kwinkeleren van
de vogels bij dageraad

Een kleinodiënkistje met elke dag
een nieuwe lach mijn baken in de
nacht de zomerzoele deining in
het vedermossen hemelbed

Als de groengeladen lucht de zon
door het gespleten zwerk een botter
aan de kim de forse droppen van
een malse lenteregen

Maar ook bijten in radijs bloedrode
vleeskersen zelfgebakken appeltaart
lodderein zweet de zwangere geur
van dophei in de bloei

Of een stapel lege kratjes een iPod
in de plas Venus van albast een lade
vol met melkdoppen kroonkurken
builsluiters elastiekjes

Toverlantaarn

Zij zet haar snijgereedschap
in zijn blinde toverlantaarn
hij weet niet meer waar hij
het zoeken moet onder tafel
in Wikipedia of in de Bijbel

Zij is zevenentwintig
en hij tegen de zestig
en ze klopt en ze veegt
en ze zuigt alsof haar
leven ervan afhangt

Oeba oeba wok wok
oeba oeba wok wok

‘Oh ik hou van jou’
probeert hij nog
‘overmorgen is het
hemelvaartsdag’ en
‘heb jij ook Hyves?’

Het baat niet zij kauwt
onverstoorbaar verder

Oeba oeba wok wok
oeba oeba wok wok

Het is

Het is mijmeren op het mos
in slaap vallen onder olmen
ontwaken in de ochtendmist

de rijm op gagel ontwaren
en luisteren naar de merel
die de nieuwe dag bezingt

Het is hangen in de zengen
van een ruige noordwester
voorovervallen in het zand

weer opstaan en de veren
strekken gestaag opgaan
als een vlieger in de wind

Het is dolen door de regen
verdwalen op gods dreven
verlaten paden zonder zon

onverwacht getroffen zijn
door een hartelijke lach
en twee onbevangen ogen

Het is huilen in de kelder
krabben aan wat kalk en
de waterdruppels tellen

eenzaam zijn en voldaan
of weer dromen van wat
nippen aan wat lippen

Voorspel

Hij streelt haar rug
gaf gaf gaffel gaffel
ze heeft ‘n mooie rug
gaf gaf gaffel gaffel
‘Wat een mooie rug’
zegt hij zacht en zij –
gaf gaf gaffel gaffel

Zij sms’t haar zus
tiktik tikketik tiktik
ze heeft ‘n mooie zus
tiktik tikketik tiktik
‘Hij streelt mijn rug’
schrijft ze snel en hij –
tiktik tikketik tiktik

Rommeldoes

De rommeldoes droomt aan een donkere stroom
hij staart in het water ziet het zand op de bodem
en zwermen vogels onder horden wolken achter
een sombere domphoorn aan zich voorbijgaan

Geroezemoes verroezemoes …

Oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp

De spreeuwen donderen dronken
uit de hemel de torenkraaien
liggen met gestrekte beentjes
in het hoge gras: – het is feest!

Whraa - wrhaa – rhaa - rhaa!

Geroezemoes waarkenikjevan? …

De waterkip het hitje eenzaam aan de hoge oever
haalt voor iedereen haar fijne neusje op ze praat
alleen nog draadloos en laat zo de wereld weten
wie ze is waar ze is en wat haar avontuur daar is

Geroezemoes verroezemoes …

Oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp

De doverikkenpraten door elkaar
de dodo zingt zijn droevig lied
en alle grijze duiven boven vijftig
dansen hier bevrijd: – het is feest!

Roekroe – roekroe – roekroe!

Geroezemoes waarstaathetbier? …

Heer Adebaar strijkt in zijn pronkgewaad neer
en prijkt aan de bar met zijn pronte maîtresse
hij prijst zichzelf z’n derde bedrijf en z’n vierde
nest waar zijn vijfde wijfje al zijn koters zoogt

Geroezemoes verroezemoes …

Oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp

Het sijsje nipt haar wijntje weg
moerasvarkens vreten zich ongans
en de lepelaar legt een lijntje van
een halve meter: – het is feest!

Tiehraah - tiehraah!

Geroezemoes waarisdewc? …

Het maanvogeltje loopt met roodgelakte laarsjes
lange blonde lokken en veel te weinig veren rond
zij lacht om alle grappen en gelooft ook alle lieve
woordjes die stil in haar mooie oortjes verdwalen

Geroezemoes verroezemoes …

Oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp

Moddersnippen zakken door de bank
regenfluiters hangen aan de lamp
en kijk daar gaat de kijkdoos door
het zolderraam: – het is feest!

Prrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrt!

Geroezemoes waarzithetlicht? …

De distelvink vermomd als de gevoelige jongen in
het leer ruikt lekker luistert graag en vraagt naar
sterrenbeelden maar net te voorbeeldig te vlot en
te gretig en voor je het weet is de vogel gevlogen

Geroezemoes verroezemoes …

Oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp

Het tierentijntje kotst haar rokje vol
de sip pist in de plantenbak en
tot groot vermaak schijt de lijster
uit de nok omlaag: – het is feest!

Tjiftjaf - tjiftjaf - tjiftjaf - tjiftjaf!

Geroezemoes waarzijnmijnlaarsjes? …

Prinses Upupa Epops heeft een onbemand orkest
aan haar derrière hangen voor iedere roofvogel
in het avondrood vouwt zij haar gouden vleugels
open en laat haar bronzen bazuinen naar buiten
Geroezemoes verroezemoes …

Geroezemoes verroezemoes …

Oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp

Een madelief verliest haar glazen oog
de zandloper zoekt zijn houten poot
en de vliegende deur verslikt zich
in zijn vals gebit: – het is feest!

Ti ti tji tji tji tji tjutsjillu tsjilu!

Geroezemoes waarslaapjevannacht? …

De ijsvogel drinkt volop op het leven zingt over
zon en zee terwijl zijn blauwe vingers - hij is nu
eenmaal kunstenaar - een eigen leven leiden en
vanzelf in een of ander dwepend meesje glijden

Geroezemoes verroezemoes …

Oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp

Het zwaalfje zit zichzelf te zoenen
wilde eenden duiken in het bad en
de muizerd neemt het aangeschoten
gansje van achter: – het is feest!

Rokkedokkedokkedokkedok!

Geroezemoes waarligtjezusje?

De dondergans zwalkt ziedend van gif met zijn
goedendag door de nacht naarstig op zoek naar
zijn lief om haar zoete dromen waarin zij naar
vreemde vogels pleegt weg te waaien in te slaan

Geroezemoes verroezemoes …

Oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp

De deen slaat de bosuil op zijn bek
het klaverkatje bijt het kwikmeditje
en de waterraaf wurgt het wulpje met
haar eigen sjaaltje: – het is feest!

Wiwiwiwiwiwiwiwiwiwiwie!

Geroezemoes hoelaatishet? …

Oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp

 

© Sjon Brands 2010


[home]>[liefdealsveelvoudvanvergissingen]>[paradox]

laatst bijgewerkt op: [woensdag 5 januari 2011]