nachtelijke
poëzieboottocht vrijdag 16 oktober 2009
foto's
Charles Waagenaar
Aan
het roer die avond stond het hart
en scheepte maan en bossen bij zich in
en zeilend over spiegeling
van al wat het geleden had
voer het bij wind en schemering
om boeg en tuig voorbij de laatste stad (Achterberg)
Voor
de kade wisselt een wolk meeuwen
als strooibiljetten op een sterke wind
van aanblik als 't verloop van eeuwen.
Het is windstil. De wind is een klein kind
dat met geluidjes brood staat uit te strooien.
Zijn tijd aan denken of aan doen vergooien
verschilt niet veel, 't is stenen toch voor brood.
Wordt liever kind: twee beentjes en wat rood;
het doet soms eeuwen inderhaast ontdooien. (Jan Emmens)
Eigenlijk zijn we hier een beetje België
al eeuwen het land waar beschaving
bescheidenheid en het Bourgondische
gemoed een beetje weten te overleven
Ooit is er ergens een grens getrokken
die eigenlijk bij de Grote Riolen hoort
Eigenlijk zijn we een beetje afgescheept
met dat ingedamde dorp achter Pampus
waar het verkondigen van een mening
voor wereldwijsheid wordt gehouden
Eens zal Europa ons redden en zo niet
(Sjon Brands)
dan is er altijd nog het stijgend zeenivo
In
de gorzen langs de Drab
woont de wellesnieteskrab.
Met zijn oom, een oude pater,
waakt hij daar over het water.
Iedereen weet dat hij daar waakt,
zelfs al vriest het dat het kraakt.
Slechts de kleine rififitis
(Cees Buddingh')
zegt dat hij er wel ’s niet is.