![]() |
![]() |
Het toilet is een weldadig rustpunt in ons jachtige bestaan. Een plaats waar niemand ons ziet, waar we alleen kunnen zijn en weg kunnen dromen naar onbestemde verten. Een moment om ongestoord te mijmeren. Waar onze gedachten afdwalen naar verloren liefdes, vergeten verlangens, vliegende schapen of verlaten eilanden. Een plaats voor spontane alledaagse poëzie, die ieder mens kent en niemand hem kan afnemen. |
![]() |
Dat laten we zo, we voegen wat toe. Wij werpen U een 'bal vol vogelstemmen' toe. Wij laten 'eenzaams verlichte waters' klateren tussen de vale tegels 'of porselein'. Wij dromen met U weg in 'lanterfantende geuren' en het 'leeggebloede licht' van een eenzaam toiletgebouw.¹... Dromerige gedichten afgewisseld door puntige lightverse. |
| 's
Avonds lacht ze in een stille kamer, zonder 't zelf te willen wordt ze weer dromerig en lacht minder en minder - zegt goênacht² |
|
![]() |
Een toiletjuffrouw met anderhalf jaar conservatorium, een echte autochtoon als schoonmaker, een porseleinen schoteltje en een zinken emmer, wolken dennengeur, een strijkkwartet op de intercom en onvergetelijke gedichten met galm. Het leven op z'n smalst in een alledaagse toiletgroep. |
![]() |
Waar? |
| Waar het gezellig en druk is, waar
men niet zomaar gedichten zou verwachten. Wij staan op filmfestivals,
popconcerten en andere evenementen met voldoende geluid en bedrijvigheid. Daar is 'Sanitaire poëzie' een onverwachte en aangename verrassing, een klein ogenblik van rust en schoonheid. |
¹woordgroepen
uit gedichten van Paul Rodenko, Lucebert, Jan Hanlo, Herman de Coninck,
Hans Vlek en Gerrit Achterberg
²uit Herman Gorter 's Morgens op het witte laken'
[terug]