Rommeldoes
-I-
De rommeldoes droomt aan een donkere stroom
hij staart in het water ziet het zand op de bodem
en zwermen vogels onder horden wolken achter
een sombere domphoorn aan zich voorbijgaan
Oe
hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp
De spreeuwen donderen
dronken
uit de hemel de torenkraaien
liggen met gestrekte
beentjes
in het hoge gras: –
het is feest!
Whraa
- wrhaa – rhaa - rhaa!
De waterkip het hitje eenzaam aan de hoge oever
haalt voor iedereen haar fijne neusje op ze praat
alleen nog draadloos en laat zo de wereld weten
wie ze is waar ze is en wat haar avontuur daar is
Oe
hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp
De doverikken praten
door elkaar
de dodo zingt zijn droevig
lied
en alle grijze duiven
boven vijftig
dansen hier bevrijd:
– het is feest!
Roekroe
– roekroe – roekroe!
-II-
Heer Adebaar strijkt in zijn pronkgewaad neer
en prijkt aan de bar met zijn pronte maîtresse
hij prijst zichzelf z’n derde bedrijf en z’n
vierde
nest waar zijn vijfde wijfje al zijn koters zoogt
Oe
hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp
Het sijsje nipt haar
wijntje weg
moerasvarkens vreten
zich ongans
en de lepelaar legt
een lijntje van
een halve meter: –
het is feest!
Tiehraah
- tiehraah!
Het maanvogeltje loopt met roodgelakte laarsjes
lange blonde lokken en veel te weinig veren rond
zij lacht om alle grappen en gelooft ook alle lieve
woordjes die stil in haar mooie oortjes verdwalen
Oe
hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp
Moddersnippen zakken
door de bank
regenfluiters hangen
aan de lamp
en kijk daar gaat de
kijkdoos door
het zolderraam: –
het is feest!
Prrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrt!
zie www.sjonbrands.nl / © Sjon
Brands, 2009 |
-III-
De distelvink vermomd als de gevoelige jongen in het
leer ruikt lekker luistert graag en vraagt naar sterrenbeelden
maar net te voorbeeldig te vlot en te gretig en voor je
het weet is de vogel gevlogen Oe
hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp
Het
tierentijntje kotst haar rokje vol de
sip pist in de plantenbak en tot
groot vermaak schijt de lijster uit
de nok omlaag: – het is feest! Tjif
tjaf - tjif tjaf - tjif tjaf - tjif tjaf! Prinses
Upupa Epops heeft een onbemand orkest aan haar derrière
hangen voor iedere roofvogel in het avondrood vouwt zij
haar gouden vleugels open en laat haar bronzen bazuinen
naar buiten Oe
hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp
Een
madelief verliest haar glazen oog de
zandloper zoekt zijn houten poot en
de vliegende deur verslikt zich in
zijn vals gebit: – het is feest!
Ti
ti tji tji tji tji tjutsjillu tsjilu!
-IV-
De ijsvogel drinkt volop op het leven zingt over
zon en zee terwijl zijn blauwe vingers - hij is nu
eenmaal kunstenaar - een eigen leven leiden en
vanzelf in een of ander dwepend meesje glijden
Oe
hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp
Het
zwaalfje zit zichzelf te zoenen
wilde
eenden duiken in het bad en
de
muizerd neemt het aangeschoten
gansje
van achter: – het is feest!
Rottedokkedokkedokkedok!
De dondergans zwalkt ziedend van gif met zijn
goedendag door de nacht naarstig op zoek naar
zijn lief om haar zoete dromen waarin zij naar
vreemde vogels pleegt weg te waaien in te slaan
Oe
hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp
De
deen slaat de bosuil op zijn bek
het
klaverkatje bijt het kwikmeditje
en
de waterraaf wurgt het wulpje met
haar
eigen sjaaltje: – het is feest!
Wiwiwiwiwiwiwiwiwiwiwie!
-V-
Oe
hoemp – oe hoemp – oe hoemp – oe hoemp
|