[home] [UurU] [Poëzieguerrilla] [BlauweAchterkamer] [LovLab] [Nachtwandelingen] [Schoolprojecten] [Vriendenkamer] [info]
[SjonBrands] [Sijsjes van plezier] [Rommeldoes] [Fantafare] [Lente] [Liefdesgedicht] [Bierviltje] [BeetjeBelgië] [pers]

                   De sijsjes van plezier

                          -I-

 In het voorjaar vloog hij sierlijke loopings en
 gevaarlijke valvluchten of hing als een jonge
 god te bidden boven de bomen azend op een
 argeloze woelmuis op de bodem van het loo

twíet - twíet

 De windwanner was een verwoed verzamelaar
 van de wijfjes in het woud ‘Het zit nu eenmaal
 in zijn vogelgenen’ meende zijn vrouwtje ‘En
 zíj kan het weten’ wisten de dames van het bos

biscuit biscuit biscuitje

 Zij verloor zich in zijn bloedrode verenmantel
 en legde meteen beslag op de mond waar ooit
 dag en nacht een lach op danste en zijn diepe
 donkere ogen waar menig meisje in verdronk

miep miep - miep miep

 Zij troonde hem mee naar een torenhoog nest
 en vrolijk vogelden ze de zomer vol vogeltjes
‘Zó zal het altijd blijven’ meende ze‘Dat kan
 niet goed gaan’ vonden de dames van het bos

biscuit biscuit biscuitje

                          -II-

 Ongemerkt werd ’t najaar en daar zat hij dan
 in zijn Douglas veertig meter boven de grond
 geduldig gezellig te wezen in haar wereld van
 kaarsjes bloemetjes en gapende vogelbekjes

miep miep - miep miep

Buiten vlogen roodborstjes en
roomkontjes en boterbuikjes
uitdagend zijn ramen voorbij

twíet - twíet
fietsje fietsje fietsje

 Voor God en Vogelland werd hij uitgezonden
 naar een zwamp in den vreemde om daar wat
 nestjes plat te branden en de vrede te stichten
 ‘Hij is een held’ bazuinde zijn vrouwtje rond

miep miep - miep miep

In het bos wierpen wulpen
witogen en zwartkopmezen
hem steelse glimlachjes toe

twíet - twíet
fietsje fietsje fietsje

                          -III-

 Bij de Valkenbank nam hij als eerbaar burger
 deel aan ’t onvolprezen grote graaien kleedde
 arme vogels uit en verdreef ze van hun nesten
 Zijn vrouwtje mat hem een grijze mantel aan

miep miep - miep miep

De lakvogeltjes van de bank
zoenden zijn enveloppen en
maakten vrijwillig overuren

twíet - twíet
fietsje fietsje fietsje

 Nog immer onvoldaan raakte hij aan de drank
 en sloeg in de winter zijn wijfje de weelderige
 horst door terwijl de windwannertjes weenden
 ‘Hij is wat neerslachtig’ bedacht zijn vrouwtje

miep miep - miep miep

Het roodbeentje van de buren
sprong tussenbeide en bracht
hem in haar bedje tot bedaren

twíet - twíet
fietsje fietsje fietsje

 
 
                          
-IV-

 Het viel niemand op dat zij bij
 tijd en wijlen uit de boom viel
 ook de dames van het bos niet

biscuit biscuit biscuitje

Hij veerde op en werd verliefd
op een vuurvast vlamsijsje dat
bovendien strak in haar veren
stak en hem als ’n god aanbad

twíet - twíet
fietsje fietsje fietsje

 Zij streek zijn hemden scheidde
 het afval en knipte hier en daar
 wat gaten in zijn onderbroeken

miep miep - miep miep

Hij werd getroffen door de blik
van een eenvoudig heggemusje
en haar zusje vier groene ogen
die zijn diepste wezen bewogen

twíet - twíet
fietsje fietsje fietsje

                          -V-

 Het damesvogelpraatgroepje
 was het met haar eens dat die
 wijfjes uit ’t bos niet deugden

biscuit biscuit biscuitje

Hij ging voor de wiegende gang
van het lepelgansje haar lange
laatgotische benen haar glazen
huid en haar donzen landschap

twíet - twíet
fietsje fietsje fietsje

 Zij zocht troost in de natuur en
 was soms dagen onderweg met
 twee stokken en haar rugzakje

miep miep - miep miep

Hij sliep met het fluweelhoentje
de juffrouw fournituren met een
chronometer in het hart die na
elke daad al haar knopen telde

twíet - twíet
fietsje fietsje fietsje

                          -VI-

 Samen met de dames begon ze
 een liefdadigheidsbazaar voor
 de arme vogels van de Zwamp

biscuit biscuit biscuitje

Hij rommelde met een oliemerel
een kunstenarette die in spiegels
sliep en elke zin met ik begon tot
het behang er groen van overgaf

twíet - twíet
fietsje fietsje fietsje

 Haar man zond haar ieder jaar
 een paar maanden op reis naar
 Praag of Parijs of Sint Helena

miep miep - miep miep

Ondertussen verleidde hij menig
eenzaam muurnachtegaaltje en
het klampvogeltje dat met een
dun bekje ‘meneer’ bleef zeggen

twíet - twíet
fietsje fietsje fietsje

 
 
                          
-VII-

 Zij nodigde bekende vogels uit
 om met alle dames van het bos
 over kunst en passie te praten

biscuit biscuit biscuitje

Hij deed het met een trapgoesje
gillend in de paternosterlift met
een zaadgansje in de garderobe
en het slobbereendje aan de bar

twíet - twíet
fietsje fietsje fietsje

 Zo gingen jaren heen ze bleef
 alleen en eenzaam schreef ze
 gedichtjes – over haar gevoel

miep miep - miep miep

Hij ging door tot na zijn dood en
zond haar uit zijn vogelparadijs
een telegram: ‘twíet - twíet’ stop
‘liefs’ stop ‘de windwanner’ stop

 

 

 

De sijsjes van plezier
www.sjonbrands.nl / © Sjon Brands 2010


[home]>[SjonBrands]>[De sijsjes van plezier]

laatst bijgewerkt op: [woensdag 5 januari 2011]